Home
Over mijzelf
De Stimulans biedt:
Remedial teaching
Geheugentrainingen
Concentratietraining
Ruimtel. oriëntatie
Huiswerkbegeleiding
Pre-teaching
Sociale vaardigheid
Faalangst
Begeleiding autisme
Begeleiding PGB
Overgang naar VO
Tarieven
Soorten problemen
Sites voor kinderen
Contactformulier

                                                                                                                                                                                      

ADHD en ADD

ADHD: Attention Deficit Hyperactivity Disorder ofwel een aandachttekortstoornis met hyperactiviteit of wel “Alle Dagen Heel Druk”.

Het is een neurologische aandoening die al in aanleg bij een kind aanwezig is. Het kind is vaak extreem druk, zeer impulsief en het heeft meer dan gemiddeld moeite met de aandacht en concentratie. Vaak is er een erfelijke component en komt het vaker voor bij jongens dan bij meisjes. De problemen spelen zowel in de omgang met anderen als bij het taakgerichte gedrag dat in de klas vereist is. Kinderen met ADHD roepen veel irritaties op in hun omgeving. Zij ontwikkelen vaak een negatief zelfbeeld.

De overbeweeglijkheid en de bijbehorende problemen kunnen in de eerste 7 levensjaren steeds duidelijk naar voren komen. Dit kan al snel na de geboorte, maar het kan ook in de jaren erna zijn.

ADHD is aan de volgende kenmerken te herkennen:

1. Overbeweeglijkheid

Alles aan het kind lijkt te bewegen. De motoriek is vaak minder goed ontwikkeld. Daardoor kan het kind onhandig lijken; het stoot zich vaak of laat makkelijk iets vallen; stoot dingen vaker om; het heeft vaker ongelukjes. Wanneer het kind naar school gaat, het steeds meer stil moet zitten, vallen de problemen meer op. In veel situaties is het kind heel druk. Vaak zijn er schrijfproblemen. Soms gaat het kind naar een fysiotherapeut vanwege de motoriekproblemen.

2. Concentratie- en aandachtsproblemen

Vrijwel alle kinderen (en volwassenen) met ADHD hebben moeite om hun aandacht bij het werk te houden. Ze merken alles op wat er in hun omgeving gebeurt. Hierdoor wordt de aandacht afgeleid en is de concentratie verminderd. Vaak heeft dit gevolgen voor de resultaten van het werk.

Het kind heeft veel moeite met het filteren van de voor hem belangrijke informatie. Het heeft de neiging op alle prikkels te reageren. Hierdoor krijgt het kind gedeeltes van informatie en instructie niet binnen en zal zo bijv. sommen niet goed leren maken. Er is veel structuur en herhaling nodig en extra uitleg van de leerkracht.

Vaak moet het aanpakgedrag (hoe een kind aan de slag gaat) aangepakt worden. Vaak heeft het kind ook moeite om het werk op tijd af te krijgen. Geregeld heeft het ook een planningsprobleem. Kan het taken niet goed overzien, begint als een “kip zonder kop” en kan het zijn tijd niet goed indelen. Een weektaak is vaak veel te lastig.

De kamer thuis, de laatjes op school zijn meestal zeer slordig. Vaak is iets kwijt en vaak wordt iets vergeten. Chaos is een kenmerk wat hoort bij ADHD-ers.

3. Impulsiviteit

Een kind met ADHD kan slecht de gevolgen van zijn daden overzien. Denken is doen.

Het heeft al iets gedaan voordat het erover heeft nagedacht. De opdracht boven een som wordt vaak niet eens bekeken, het is al bezig met vraag 1 terwijl de leerkracht nog de uitleg over het werk aan het geven is.

Er lijkt soms een “rem” te ontbreken, het draaft maar door. Het weet vaak niet wanneer het moet stoppen en wanneer het over grenzen heen gaat, met alle vervelende gevolgen van dien.

Het kind met (mogelijk ADHD) heeft vaak de neiging zich overal mee te bemoeien, bij ruzies staat het vaak als één van de eersten vooraan. De impulscontrole is onvoldoende. "De tenen zijn vaak heel lang."

Het gedrag van een kind met ADHD heeft niets te maken met zijn intelligentie. Wel zijn de prestaties vaak minder, maar dat komt door het slechte aanpakgedrag in combinatie met de concentratie. Kinderen met ADHD kunnen ook een enorme creativiteit hebben, heel energiek en enthousiast zijn, gevoel voor humor hebben, en gevoelig en zorgzaam zijn. Elk kind is weer anders. Het is de kunst om het goede te waarderen en te gebruiken.

ADHD gaat meer dan gemiddeld gepaard met leerstoornissen zoals dyslexie en motorische problemen. Dit moet opgenomen worden in het plan van aanpak. Door al deze problemen heeft een kind met (vermoedelijk) ADHD extra ondersteuning en begeleiding nodig om o.a. gestructureerd aan het werk te gaan. Het heeft vaak hulp nodig bij het plannen van zijn werk, dagelijkse regelmaat, duidelijke afspraken en gerichte aandacht voor positief gedrag. Ook heeft zijn zelfvertrouwen vaak een duwtje in de rug nodig omdat hij heel vaak negatieve aandacht krijgt en “het toch altijd gedaan heeft”.

Het gedrag van een kind met (vermoedelijk) ADHD kan verbeteren met begrip van mensen uit de omgeving die weten dat het kind niet expres lastig en ongehoorzaam is; mensen die het verschil zien tussen onwil en onmacht. Door de ADHD is de kans op leerproblemen vaak ook vergroot. Met meer individuele uitleg en het aanbrengen van de nodige structuur, kan er een positieve impuls gegeven worden.

ADD: Attention Deficit Disorder; een aandachttekortstoornis zonder hyperactiviteit.

ADD is een variant op ADHD. Het kunnen kinderen zijn die juist stil en in zichzelf gekeerd zijn. Ze kunnen hun aandacht niet genoeg inzetten bij het leren of gedrag. Ze zijn vaak extreem ongeconcentreerd, langzaam en dromerig. Meestal worden de problemen pas duidelijk als het kind op school zit.

De grootste problemen doen zich voor met taakgericht werken op school, thuis bij het maken van huiswerk en in de omgang met leeftijdgenoten.

Op jonge leeftijd kan ook het aanleren van de dagelijkse routines trager verlopen. De passiviteit en vergeetachtigheid wreken zich bij uitvoering van taken die niet direct in de belangstellingssfeer van het kind liggen. Dit alles heeft niets te maken met onwil, maar juist met onmacht.

Omdat kinderen met (vermoedelijk) ADD niet lastig zijn voor hun omgeving, worden hun problemen veel minder snel opgemerkt dan bij kinderen met ADHD. Toch is de kans groot dat zij ernstig lijden onder het niet goed kunnen functioneren omdat ze er niet in slagen hun aanwezige capaciteiten goed te gebruiken en verder te ontwikkelen. Ze hebben minder grip op hun functioneren dan er van hen wordt verwacht. Daardoor ontwikkelen ze vaak een negatief zelfbeeld.

Ouders van kinderen met AD(H)D hebben vaak het gevoel geen vat te kunnen krijgen op het gedrag van hun kind. Ook de kinderen zelf hebben nauwelijks grip op hun eigen functioneren. Er zit geen intuïtieve planning en organisatie achter. Dat heeft te maken met een tekort bij de regelfuncties van de hersenen. De diagnose AD(H)D wordt gesteld door een arts. De behandeling kan bestaan uit een combinatie van voorlichting, medicatie, gedragstraining en voorzieningen in het onderwijs.

Kenmerken van deze in het algemeen onopvallende kinderen zijn:

  1. te stil en angstig gedrag
  2. dromerigheid
  3. passiviteit
  4. teruggetrokkenheid
  5. weinig zelfcontrole
  6. traag leertempo

Kijk ook eens op:

www.balansdigitaal.nl

www.adhd.startpagina.nl

www.adhd.nl

www.pgb.nl

www.hersenstorm.com


Autisme (ASS: Autisme Spectrum Stoornis)

Het gedrag van kinderen met deze stoornissen kenmerkt zich vooral door problemen in de communicatie met anderen. Het kind kan zijn gedrag minder goed afstemmen op de omgeving, is weinig flexibel in zijn gedrag en heeft soms onnavolgbare angsten en voorkeuren.

Vaak zijn er ook problemen in de taalontwikkeling, de motorische ontwikkeling en het reageren op interne en externe prikkels.

Grofweg kan je kinderen met autisme is 3 groepen verdelen: Kinderen met “klassiek autisme”, PDD-NOS (kinderen die kenmerken hebben van autisme, maar niet genoeg om deze diagnose te krijgen) en Asperger.

Op jonge leeftijd valt het al op dat deze kinderen anders zijn. De problemen die ze hebben dienden zich al voor het 3de levensjaar aan. Vaak is er een erfelijke component aanwezig. Ook is er vaker dan gemiddeld sprake van een andere stoornis zoals ADHD en NLD.

Een autistisch kind of een kind met autistiform gedrag kan problemen hebben op o.a. de volgende gebieden:

  1. Sociaal/emotioneel gebied
    • Sommige kinderen zijn sociaal onhandig. In contact met anderen vallen ze buiten de boot. Ze hebben weinig vriendjes en vriendinnetjes, want ze weten niet goed hoe ze die moeten maken. Ze kunnen slecht op hun beurt wachten en begrijpen niet altijd goed wat de ander bedoelt.
    • Ze hebben vaak problemen om zich in anderen te verplaatsen.
    • Ze hebben er grote moeite mee als er onverwacht veranderingen plaats vinden.  
    • Ze zijn sterk gehecht aan structuur, voorspelbaarheid en duidelijkheid.
    • Bij een geringe wijziging kunnen ze flink van slag raken.
    • Ze hebben wel behoefte aan contact, maar ontwikkelen geen intuïtie om sociale situaties in te schatten en zich aan te passen aan de omstandigheden.
  2. Communicatief gebied
    • Kinderen met autisme kunnen hun “eigen-aardigheden” hebben bij de manier waarop deze met anderen praten. Sommigen doen dat met “dure” woorden, anderen praten het liefst de meeste tijd over hun favoriete onderwerp.
    • Dit is voor elk kind weer anders.
    • Vaak zie je dat kinderen met ASS een slecht oogcontact maken.
    • Na een korte blik, richten ze zich weer ergens anders op.
    • Soms hebben ze problemen met lijfelijk contact. Een knuffel of een aai over de bol wordt vaak afgewend.
  3. Gebied van belangstelling en interesses
    • Voor sommige autistische kinderen geldt dat het zoeken van vastigheden belangrijk is voor de manier waarop ze functioneren.
    • Ze houden van patronen, van rituelen en hebben interesse voor bepaalde vaste onderwerpen. Hier hebben ze houvast aan.
    • Veranderingen en nieuwe dingen vormen juist een bedreiging voor hen.
    • Al deze problemen kunnen ervoor zorgen dat een kind met ASS op een andere manier leert lezen en rekenen. Sommige kinderen zijn enorm gebaat met de 1 op 1 uitleg, met extra hulp en ondersteuning. Met het voor hen inzichtelijk maken van hetgeen van hen gevraagd wordt. Met het structureren van zaken.
    • Kinderen met Asperger hebben geregeld een hogere intelligentie of weten extreem veel af van bepaalde onderwerpen.

Kinderen met een vorm van autisme hebben vaak: 

  1. een (soms uitzonderlijk) goed geheugen
  2. een sterk gevoel voor eerlijkheid
  3. encyclopedische kennis van bepaalde onderwerpen
  4. onafhankelijkheid in denken

Ik kan met uw kind (groep 5 t/m groep 8) samen een speciaal boek doornemen waarin uw kind door vragen en opdrachten te maken zichzelf beter leren kennen en meer te weten komt over autisme. Het kind geeft middels het boek aan welke informatie juist bij hem of haar past. Samen voeren we de opdrachten tips en spelletjes uit. Autisme uit zich bij iedereen op een andere manier en dat komt in het boek duidelijk naar voren. Het geeft het kind zelf een instrument in handen om zichzelf te begrijpen en zijn of haar handelen uit te leggen aan anderen. Het is een soort wandeling met het kind “in het kind”. Hoe ervaart het kind zichzelf.

Kijk ook eens op:

www.autismecentraal.com

www.autisme.nl

www.hersenstorm.com 


NLD / NON VERBAL LEARNING DISABILITY (een non-verbale leerstoornis)

NLD wordt doorgaans vastgesteld door een neuropsycholoog. Dit is een probleem waarbij het kind te maken heeft met een combinatie van leerproblemen, gedragsproblemen en motorische problemen. Er is een patroon van sterke talige vaardigheden en zwakke verwerking van niet-talige informatie.

Kinderen met NLD zijn goed in horen en zelf vertellen, maar hebben veel moeite met zien en doen. Zolang ze bekende informatie horen, kunnen ze op school voldoende meekomen. Als ze echter nieuwe informatie zien – en vooral als ze daarbij ook nog iets moeten doen – lopen ze vast. Het verwerken van informatie met taal gaat veel beter.

Het kan lang duren voordat de diagnose NLD gesteld is. Dat komt doordat de signalen die hierop kunnen wijzen, zich niet allemaal tegelijk openbaren.

Iedere leeftijdsfase kent specifieke kenmerken.

Ze spelen weinig met bijv. water en zand, waarbij ze moeten voelen en doen. Als ze bezig zijn vallen hun onhandig en houterige bewegingen op. Hun motoriek is verre van soepel. Ook met de gymles en met de zwemles vallen deze kinderen in negatieve zin op.

Door de moeite die ze hebben met de fijne motoriek, is het leren schrijven voor hen een groot probleem.

In de loop van groep 3 of 4 beginnen vaak de rekenproblemen. Dit komt doordat hun visueel – ruimtelijke ontwikkeling en het getalbegrip achterblijft in vergelijking met hun leeftijdsgenoten. Later hebben ze problemen met het goed informatie kunnen verwerken en om instructie van de leerkracht goed op te kunnen nemen.

De sociaal-emotionele ontwikkeling vraagt ook om extra ondersteuning.

Kinderen met NLD kunnen het één heel goed (dit is vaak het lezen) en vinden iets anders heel moeilijk (dit is vaak het rekenen). Dit is absoluut niet in evenwicht met elkaar en zorgt ervoor dat ze in hun manier van leren heel specifiek zijn. Het is vaak “hollen of stil staan”.

Wat bekend voor hen is willen ze graag doen, wat onbekend is proberen ze te weigeren. Tekst letterlijk onthouden en het technisch lezen gaat vaak goed, in tegenstelling tot het onthouden van visuele informatie en het inzichtelijk rekenen.

Door al deze problemen heeft het kind met (vermoedelijk) NLD regelmatig hulp en ondersteuning nodig. Zeker ook bij de rekenproblematiek is extra begeleiding onontbeerlijk. (Zie verder bij “rekenproblemen en dyscalculie”.)

In de behandeling moet rekening worden gehouden met de sterke en zwakke vaardigheden.

Kijk ook eens op:

www.balansdigitaal.nl

www.nldinfo.nl

www.nldline.com

www.nldontheweb.org

Terug

De Stimulans  |  destimulans@casema.nl