Home
Over mijzelf
De Stimulans biedt:
Remedial teaching
Geheugentrainingen
Concentratietraining
Ruimtel. oriëntatie
Huiswerkbegeleiding
Pre-teaching
Sociale vaardigheid
Faalangst
Begeleiding autisme
Begeleiding PGB
Overgang naar VO
Tarieven
Soorten problemen
Sites voor kinderen
Contactformulier

                                                                                                                                                                                      

Taal- en spraakproblemen 

Het ontwikkelen van taal, van woordenschat, van zinsbouw e.d. begint al in de wieg. Leren praten en het begrijpen van teksten heeft alles met goed horen, zien en voelen te maken. Alle zintuigen moeten betrokken zijn bij dit ontwikkelingsproces.

Kan uw kind minder goed horen, zien of heeft het misschien een hekel om in de zandbak te spelen? Dit alles heeft invloed op de taalontwikkeling van uw kind. Voorlezen, liedjes zingen, samen een prentenboek bekijken, alles is van onschatbare waarde. Op de crèche, peuterspeelzaal en in de kleutergroepen wordt hieraan veel aandacht geschonken. Hoe meer woorden uw kind ter beschikking heeft, hoe beter het de aangeboden leerstof tot zich kan nemen en hoe beter het begrijpt wat het leest. Het gevolg hiervan is, dat uw kind een iets moeilijker boekje uit kan kiezen, weer nieuwe woorden leert en zo zijn woordenschat steeds verder uitbreidt.

Wanneer uw kind het onderwijs minder goed kan volgen doordat het te weinig woorden begrijpt en zich niet duidelijk kan uitdrukken in gesproken taal, heeft het echt last van de taal- en/of spraakachterstand. Soms kan dit zelf tot het vermijden van spreken leiden, zeker als klasgenootjes uw zoon of dochter ermee plagen of hem nadoen op een lacherige manier. Door slecht taalbegrip kunnen opdrachten niet goed geïnterpreteerd en fout uitgevoerd worden. Toch zou het kunnen dat het kind de opdracht wel degelijk zou weten, maar door een verkeerd begrip op het foute been is gezet.

Vaak na overleg met de logopediste kan er een goede adequate behandeling plaats vinden. Deze is o.a. gericht op het overwinnen van de evt. spreekangst, het vergroten van de woordenschat, het verbeteren van de zinsbouw en grammatica. Op een speelse manier, met verschillende (spel)materialen gaan we systematisch aan de slag. 


 

Rekenen en dyscalculie

Dyscalculie betekent letterlijk: niet kunnen berekenen.

Kinderen met dyscalculie hebben extreem veel moeite met de basisvaardigheden van het rekenen.

Een kind wat uiteindelijk dyscalculie blijkt te hebben, laat eerst rekenproblemen zien. Een “gewoon” rekenprobleem is vaak met wat extra hulp overwonnen. Soms heeft een rekenzwak kind  bij het rekenen meer tijd en meer uitleg nodig dan een doorsnee leerling, maar beheerst het uiteindelijk de rekenvaardigheden op een voldoende niveau. Een kind met dyscalculie heeft een veel ingewikkelder probleem.

Er zijn 3 rekenbasisvaardigheden:

1.     Leren wat de betekenis van getallen en hoeveelheden is

Heeft uw zoon of dochter in groep 3 bijv. moeite optellen en aftrekken? Na een aantal weken intensief oefenen kan dan ineens “het muntje vallen”.

Een kind met (het vermoeden van) dyscalculie kan ook na heel veel oefenen, leren op te tellen of af te trekken, maar zal bij iedere som opnieuw eerst goed moeten nadenken wat hij bij + of – ook alweer moet doen. Misschien kan uw kind zich moeilijk voorstellen waar 35 op de getallenlijn ligt, dat 59 opgebouwd is uit 50 en 9, dat de 1ste 4 uit het getal 44 eigenlijk een 40 is en de 2de een 4.

Wellicht snapt het niet goed dat 61 meer is dan 59. Voor sommige kinderen hebben getallen te weinig betekenis.

2.     Leren hoe je een som uit moet rekenen

Heeft uw kind moeite om de som 8 + 9 uit te rekenen?

Bij een rekenprobleem is dat na oefenen 8 + 2 + 7 = 17 te leren. Zeker met materialen is dit goed inzichtelijk te maken.

Heeft uw kind moeite met de splitsingen onder de 10, onder de 20?

Met het dubbelen of halveren? Is eenmaal beheerste kennis later weer helemaal verdwenen?

Misschien is er sprake van een hardnekkig automatiseringsprobleem.

3.     Ruimtelijk inzicht

Misschien heeft uw kind altijd een hekel aan bijv. puzzelen, bouwen, tafel dekken, strijkkralen, vouwen, knutselen enz. gehad? Voor al deze activiteiten is ruimtelijk inzicht nodig. Dit moet goed ontwikkeld worden om sommen en later rekenvraagstukjes te kunnen maken. 

Dyscalculie

Dyscalculie is een probleem in het verwerken van informatie die te maken heeft met getallen, cijfers en bewerkingen. Kinderen met dyscalculie hebben problemen met het leren van de basisvaardigheden van het rekenen. Deze worden geleerd vanaf groep 1 t/m groep 4. In de kleutergroepen leren kinderen bijv. omgaan met hoeveelheden, maar ook het knutselen en het spelen met bijv. mozaïek, blikken en puzzels is belangrijk voor de ruimtelijke ontwikkeling. Vanaf groep 3 bouwt men daarop voort. Eerst met sommen tot 10 een later tot 20.

Bovengenoemde zeer belangrijke basisvaardigheden vormen het fundament voor rekenen en worden dan ook intensief geoefend met als doel ze te automatiseren. Wanneer dit proces goed verloopt, worden deze vaardigheden opgeslagen in het langetermijngeheugen en zonder moeite, op allerlei momenten, weer naar boven gehaald.

Het kan ook zijn dat uw kind automatiseringsproblemen heeft omdat het dyslectisch is. Het dingen uit het hoofd leren is dan een grote handicap.

Over de oorzaak van dyscalculie is nog onvoldoende bekend. Het is bekend dat ernstige rekenproblemen vaak bij meer personen in de familie voorkomen. Ook problemen met het geheugen in het algemeen, of juist alleen bij het rekenen kunnen een rol spelen. Het is ook een feit, dat kinderen met emotionele problemen qua leervaardigheden vaak het eerst bij het rekenen afhaken. Wanneer dyscalculie niet op tijd wordt herkend op school, kan er een verkeerd beeld ontstaan over de mogelijkheden van uw kind en zijn probleem. Uw kind kan daardoor onnodig veel moeilijkheden ondervinden, frustraties oplopen en hierdoor zelfs faalangstig, depressief of agressief worden.  

Behandeling

De behandeling van rekenproblemen hangt af van de aard en de ernst ervan. Na een gedegen rekenonderzoek wordt op allerlei (ook speelse) manieren aandacht geschonken aan de tekorten. Er wordt uitgegaan van wat uw zoon of dochter wél al kan. Een goede motivatie van uw kind is erg belangrijk.

Dit wordt binnen de RT dan ook bevorderd. Een kind met dyscalculie heeft minimaal 6 tot 8 keer zoveel instructie en oefening nodig om de rekenvaardigheden onder de knie te krijgen dan de gemiddelde leerling. Ook thuis zal er daarom geoefend moeten worden.

Kinderen met dyscalculie ervaren nogal eens wat frustraties omdat ze iets niet kunnen leren wat klasgenootjes met eenzelfde intelligentie wel snel onder de knie krijgen. Ze ontwikkelen nogal eens faalangst of andere emotionele problemen.

Kortdurende RT

Het kan ook zijn dat er behoefte is aan behandeling van een specifiek thema. Bijv. klokkijken, geldrekenen, breuken, tafels. We beperken ons dan alleen tot dit onderwerp. Vaak is een paar weken gerichte hulp en goede individuele aandacht dan genoeg om weer zelf verder te kunnen.


Schrijf-  en motorische problemen

Al heel vroeg krijgt een kind belangstelling voor schrijven. Als het 2 jaar is en een potlood in handen krijgt, dan zal het hiermee al gauw een teken proberen neer te zetten. Deze tekens hebben in eerste instantie nog weinig overeenkomst met de uiteindelijk letters die het kind zal leren. In dit eerste stadium van schrijven zien we vooral krabbels op het papier ontstaan. Geleidelijk gaan deze krabbels steeds meer de vormen van letters aannemen.

Op ongeveer vierjarige leeftijd is er een duidelijk verschil tussen letters en een tekening. Deze ontwikkeling is in grote mate afhankelijk van wat het kind ziet in zijn directe omgeving. Ziet uw kind u wel eens een boodschappenbriefje schrijven? Grote kans dat uw kind u wil imiteren en óók wil schrijven. Ook zijn er allerlei kleutermaterialen op de markt die de motoriek bevorderen en ontwikkelen.

Niet alleen kleuren in kleurboeken, maar juist ook allerlei soorten creatieve zaken. Op grote vellen verven, met 2 handen tegelijk mooie figuren tekenen met dik krijt, kralen rijgen, in de zandbak taartjes bakken, lekker kleien. Het is van groot belang dat dit allemaal gestimuleerd wordt. U kunt uw kind zo een goede start meegeven voor het begin van het schrijfonderwijs in groep 3.

Netjes schijven is een ingewikkelde zaak. Dat leer je niet in een jaartje. Tot en met groep 5 leert een kind de letters schrijven, de schrijfrichting, de verbindingen ( hoe je letters aan elkaar maakt), de hoofdletters en alles wat daarbij hoort. Wanneer een kind problemen heeft met bijv. het onthouden van de vorm van de letters, niet meer weet waar het moet beginnen of dat zijn motoriek niet voldoende ontwikkeld is, kunnen er schrijfproblemen ontstaan. De richting is niet in orde, het schrift is erg onregelmatig en zeer slecht leesbaar. Het kind heeft niet de goede pengreep of zit verkrampt achter zijn tafeltje.

Wanneer er (fijne) motoriekproblemen zijn, zal uw kind vaak door een fysiotherapeut geholpen worden. Ik zou allerlei ondersteunende oefeningen kunnen doen tijdens die behandelperiode of juist de periode daarna. Uiteraard is de samenwerking met de fysiotherapeut dan onontbeerlijk. Ook is overleg met de leerkracht zeer wenselijk en zou ik graag een schrijfschriftje willen zien om aan te kunnen sluiten bij hetgeen (en de manier waarop) het kind in de klas leert.


Voor informatie over:

 

 

TerugVerder

De Stimulans  |  destimulans@casema.nl